DOEN WAT JE KAN….

Toen de pleuris in Oekraïne uitbrak, hadden Peter en ik al direct de gedachte om te doen wat we konden om mensen die hulp nodig hadden te helpen: de inschrijving bij de lokale overheid hebben we al op de dag dat de oorlog een feit was geregeld, al hebben we tot nu toe nooit antwoord gekregen op dat ingediende aanbod. Daarom schreven we ons nog in diezelfde week óók in bij twee particuliere initiatieven om “hulp-zoekers” te koppelen aan “hulp-aanbieders”. Dat resulteerde in contact met “onze Oekraïners”, zoals wij de familie nu liefkozend noemen.

Toen zij eenmaal gearriveerd waren en geïnstalleerd in wat wij het “kleine huis” noemen, kwamen we in die bizarre en onwennige periode van voortdurend bedanken: wij konden geen aanwijzing geven of geen keukenla met pannen open doen of we werden overstelpt met “Thank-you’s” en “Spasiba’s” en “Merci’s”. Al gauw hebben we hen in vijf talen duidelijk gemaakt dat dankjewel hard op weg was een taboewoord te worden. Pas na dagen werden er grapjes gemaakt als iemand tóch eens per ongeluk ergens voor bedankte.

Vanaf dat moment was het verblijf van vijf vluchtelingen voor ons, Peter en mij, niet meer een last, maar een genoegen: doen wat we konden was héél gemakkelijk in ons geval, omdat het aanbieden van verblijfsruimte niet iets is wat ons erg veel kost aan comfort. We barsten van de ruimte en we hadden onszelf wel erg barbaars gevonden als we die NIET beschikbaar hadden gesteld. En om die dankbetuigingen de pas af te snijden hebben we niet nagelaten onze vrienden te wijzen op de overdaad, waarin wij leven. Het mocht niet baten: ze bleven – en blijven – zich verbazen over het feit dat we “zo maar” een familie helpen, die we niet kenden.

“Maar we hadden net zo goed een familie van criminelen kunnen zijn!” zegt Liana, de woordvoerster, op de tweede dag van hun verblijf hier. Om te relativeren vertel ik hen de grap van de seriemoordenaar:

Een man die staat te liften wordt meegenomen door een automobilist. Na enige tijd vraagt de lifter: “Bent U niet bang dat een lifter die U meeneemt een seriemoordenaar kan blijken te zijn?” “Nee, totaal niet”, zegt de automobilist. “Waarom eigenlijk niet?” vraagt de lifter door. “Omdat de kans dat er tegelijkertijd TWEE seriemoordenaars in deze auto zitten microscopisch klein is!” is het antwoord.

Onzekerheid over wie je over de vloer haalt is voor iemand die vluchtelingen opvangt even groot als onzekerheid over bij wie je terecht komt voor de vluchtelingen zelf. Alles aan het vluchtelingenverhaal heeft twee kanten. Zelfs de bedankjes: als vandaag Petro en Alex zonder commentaar bijspringen bij het VRESELIJKE werk van het wegsnoeien van wild groeiende bramen en wij drie keer “dank je wel” roepen, krijgen we een koekje van eigen deeg: “Niks niet dankjewel! We zijn blij dat we wat terug kunnen doen!”

We hebben nog laat in de middag wel een grens moeten stellen aan hun “doen wat je kan”, want dat ging aardig in de richting van “doen wat je nog nét kan” en dát hoeft nou ook weer niet. “Onze Oekraïners” lijken blij met ons, wij zijn zeker even blij met “onze Oekraïners”.

“Spasibo, Alex and Petro”. Dank jullie wel voor hulp bij een rotklus!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.